NAAR EEN DUURZAME VERSTEDELIJKING

NAAR EEN DUURZAME VERSTEDELIJKING

HET IS HÉT RUIMTELIJKE THEMA VAN DE TOEKOMST: DE STAD. NIET VOOR NIETS WAS HET ONDERWERP VAN DE 5E INTERNATIONALE ARCHITECTUURBIËNNALE IN ROTTERDAM DIT JAAR ‘MAKING CITY’: NO CITIES, NO FUTURE. DE CIJFERS SPREKEN BOEKDELEN. IN DE AFGELOPEN TWEEHONDERD JAAR ZIJN STEDEN EXPONENTIEEL GEGROEID EN DIE GROEI ZET ONVERMINDERD DOOR. IN 1800 WOONDE 3% VAN DE WERELDBEVOLKING IN DE STAD, IN 1950 WAS DIT 30% EN IN 2006 MEER DAN 50%. DE VERWACHTING IS DAT IN 2050 MEER DAN ZEVEN MILJARD MENSEN, OP EEN GESCHATTE WERELDBEVOLKING VAN 9 MILJARD, IN DE STAD ZULLEN WONEN.

Hoe kunnen bestuurders, beleidsmakers, politici, marktpartijen, ontwerpers en burgers grip houden op iets dat zo gigantisch en op het eerste gezicht zo chaotisch en ongrijpbaar is als de stad? En wat betekent stedelijke ontwikkeling voor Reynaers met betrekking tot zaken als akoestiek, brandveiligheid, energieverbruik en duurzaamheid? De Britse theoretische fysicus Geoffrey West meent dat een wetenschappelijke benadering noodzakelijk is om de stad, en de toekomst, daadwerkelijk te kunnen begrijpen en te beteugelen. Hij begon in 2002 data van steden over de hele wereld te onderzoeken – aantallen tankstations, coffeeshops, moorden, persoonlijke inkomensniveaus – en kwam tot een opmerkelijke conclusie. Wanneer de omvang van een stad verdubbelt, stijgen inkomen, consumptie en productiviteit allemaal met ongeveer 15 procent. Het verklaart waarom mensen over de hele wereld als een magneet worden aangetrokken tot de stad. De grote stad staat voor grotere kansen op werk, op een beter bestaan, op een groots en meeslepend leven. In steden wordt immers 90% van onze welvaart geproduceerd. En nu blijkt dat, naarmate die stad groter is, elke inwoner gemiddeld ook een groter aandeel in deze welvaart heeft.

CONSEQUENTIES

Uiteraard zit er ook een keerzijde aan dit verhaal. Want, zo ontdekte West, bij verdubbeling van het inwonertal stijgt niet alleen de welvaart en innovatie met 15%; misdaad, vervuiling en ziekten nemen met hetzelfde percentage toe. De voortdenderende verstedelijking zorgt zodoende voor grote sociaal-economische en ecologische problemen. Het is duidelijk dat deze problemen uit de hand gaan lopen als steden ongebreideld blijven groeien. Duidelijk is ook dat het de steden zijn die de oplossingen voor de grote vraagstukken van de 21e eeuw moeten vinden, omdat steden ook de bron zijn van menselijke creativiteit, innovatie en welvaartstoename. ’De stad staat garant voor een betere toekomst’, stelt de organisatie van de internationale architectuurbiënnale in Rotterdam op haar website, ‘maar alleen als we het bestuur, het ontwerp en de planning ervan beter regelen dan nu het geval is.’ Maar wat is beter? Er is onder wetenschappers, ontwerpers en politici de nodige discussie over waar stedelijke innovaties zich op zouden moeten richten. ‘Dat de stad de plek is waar het in de toekomst gaat gebeuren, daar twijfel ik niet aan’, zegt Alexander D’Hooghe, als buitengewoon hoogleraar Architectural Urbanism verbonden aan het Massachusetts Institute of Technology (MIT). ‘Maar er bestaat een misvatting over wat de stad precies behelst. Dikwijls wordt zij gereduceerd tot de historische kern. Architecten zijn geobsedeerd door ultrastedelijkheid en dichtheid. Verdichten lijkt ook een soort synoniem geworden voor duurzaam bouwen. Maar de capaciteit van het bestaande stedelijk weefsel is beperkt. En laten we eerlijk zijn: we kunnen wel roepen dat we met z’n allen dicht op elkaar moeten gaan zitten, maar 70 à 80 % van de mensen wil dat niet en kiest voor een levensstijl met meer ruimte, meer groen en meer rust in de voorsteden. Daarom denk ik dat we meer toegaan naar een mengvorm van stad en platteland. Dat wordt de trend: het verder volbouwen van de randen, de restgebieden. Dat is de stad van de toekomst.’

Een voormalig dis-tributiecentrum in Oostkamp (België) kreeg een nieuw wolkachtig uitzicht. GEMEENTE OOSTKAMP - Architect: Carlos Arroyo, Madrid - Constructeur: Allaert Aluminium, Harelbeke - Toegepaste Reynaers-systemen: CW 50 (gebogen), CS 68, CP 130-LS

DUURZAAM PERSPECTIEF

Het is een heel ander beeld dan het gemiddelde plaatje zoals we dat kennen van metropolen als Londen, New York of Peking, steden die geassocieerd worden met wolkenkrabbers, iconische bouwwerken en grote stadsparken. Dat zijn de steden waar we allemaal naar toe willen. Maar de ontwikkeling die d’Hooghe vandaag de dag ziet is de geleidelijk veranderende, verdichtende stedelijke corridors, waar groene zones transformeren in asfalt terwijl de dichtheid van de gemiddeld uit vier lagen bestaande gebouwen verdubbelt of verdrievoudigt. Het is bepaald geen aantrekkelijk soort stad, erkent d’Hooghe. Maar het is de realiteit. De taak voor stedenbouwkundigen en architecten is dan ook om voor deze gebieden, waarvoor geen overkoepelende plannen bestaan, een duurzaam perspectief te ontwikkelen en te komen met nieuwe typologieën voor de minder compacte stad. Daarbij ziet hij een drietal belangrijke thema’s. Allereerst de ontwikkeling van enclaves, ‘stadjes binnen de stad’ die een specifieke identiteit hebben en tegemoetkomen aan de behoeften van een specifieke doelgroep. Ten tweede het ontwerp en hergebruik van de vele ‘big boxes’ die de voorsteden rijk zijn: grote, platte gebouwen die oorspronkelijk gebouwd werden als distributiecentrum of winkel (bijvoorbeeld IKEA). En tot slot de integratie van architectuur en infrastructuur, het cruciale, verbindende element in de moderne stad. Voor Reynaers ziet d’Hooghe ook een duidelijke taak in deze stedelijke context. ‘Reynaers zou kunnen inspelen op de specifieke behoefte om daglicht diep in grote gebouwen te brengen, zonder daarbij energie te verliezen.’ Deze technologie wordt onder meer toegepast in de Sopharma Litex Towers in Sofia, Bulgarije (zie pagina 46). Een sprekend voorbeeld van de suburbane architectuur van de toekomst is volgens d’Hooghe het dit jaar opgeleverde gemeentehuis in het Belgische Oostkamp, een typische industriële ‘big box’ die door de Spaanse architect Carlos Arroyo omgetoverd werd tot een licht, wolkachtig interieur.

“MENSEN OVER DE HELE WERELD WORDEN ALS EEN MAGNEET AANGETROKKEN TOT DE STAD. DE GROTE STAD STAAT VOOR GROTERE KANSEN – OP WERK, OP EEN BETER BESTAAN, EN OP EEN GROOTS EN MEESLEPEND LEVEN”

Grote ramen en glazen scheidingswanden laten daglicht diep in het gebouw doordringen

MAATREGELEN

Erik Rasker, Chief Technology Officer bij Reynaers, voorziet daarnaast nieuwe ontwikkelingen op het gebied van akoestiek, brandveiligheid en duurzaam bouwen. ‘Wanneer er dichter wordt gebouwd, of het nu in de binnenstad of de voorsteden is, betekent dit dat er nog beter gekeken moet worden naar de brandveiligheidseisen. Ten aanzien van die grote gebouwen zelf, maar ook tussen de gebouwen onderling.’ Het thema akoestiek speelt volgens Rasker vooralsnog vooral rond luchthavens, grote verkeersknooppunten en transferia. ‘Maar voor specifieke projecten ontwikkelen we ook steeds vaker aparte producten die we in ons akoestisch testlab optimaliseren.’ Duurzaamheid is voor Reynaers al langer een belangrijk thema. Uiteraard is de ecologische voetafdruk een belangrijke graadmeter. Erik Rasker: ‘Aluminium is een zeer sterk materiaal dat vrijwel tot in het oneindige gerecycled kan worden. Maar de gebruiksfase is minstens zo belangrijk; het gaat om gebouwen die zeker 50 jaar mee moeten gaan. Wij willen met onze producten ervoor zorgen dat in die periode zo veel mogelijk bespaard wordt op energiegebruik, terwijl zonnewarmte en daglicht optimaal benut worden.’ Ten aanzien van de stad zou Rasker graag zien dat er intensiever wordt samengewerkt tussen stedenbouwers, architecten, landschapsarchitecten en producenten. ‘Nu wordt meestal per gebouw gekeken wat het energieverbuik is. Aan het einde van de rit wordt dan een selectie gemaakt van producten die het beste bij het gebouw passen. Maar de mogelijke interactie tussen gebouwen onderling en de bijbehorende infrastructuur blijft dan buiten beschouwing. Er valt zeker winst te behalen als er op lange termijn gekeken wordt naar een compleet urbanisatieproject. Wij zouden graag voorin het traject instappen om mee te denken over oplossingen die door de tijd heen flexibel, duurzaam gebruik mogelijk maken.’

OLYMPISCH DORP

In London, waar Reynaers betrokken was bij de bouw van het Olympisch dorp, is dat al gelukt. Duurzaam hergebruik van het complete terrein, dat na de Spelen omgevormd wordt tot een nieuwe woonwijk, was van meet af aan een van de belangrijkste doelen van het Londense organisatiecomité. Het dorp wordt eerst bewoond door de atleten die deelnemen aan de Spelen, vervolgens door de atleten van de Paralympics en uiteindelijk zullen er Londense gezinnen intrekken. ‘De draai-kiepramen in de gebouwen moesten voldoen aan de eisen van alle doelgroepen wat betreft bereikbaarheid en gebruiksgemak. Dit is slechts één voorbeeld van hoe Reynaers een bijdrage kan leveren aan duurzame stedenbouw.’ Vanwege marketingrestricties opgelegd door het Olympische organisatiecomité zullen we u in een latere editie van Reynaers Report over dit project informeren.